9. Inheems of uitheems
In tegenstelling tot “inheemse” planten of dieren, die hier al honderden jaren van nature voorkomen, verwijst de term "exoten" naar planten, dieren of andere organismen die niet oorspronkelijk uit een bepaald gebied voorkomen, maar daar terecht zijn gekomen door menselijke activiteit, hetzij opzettelijk of per ongeluk, door internationale handel, reizen of ander transport.
Exoten worden ook wel "invasieve soorten" of "uitheemse soorten" genoemd.
Het probleem met exoten is niet dat ze simpelweg "nieuw" zijn. Het gaat pas echt mis als ze invasief worden. Sommige exoten hebben geen of weinig natuurlijke vijanden in zijn nieuwe omgeving, en dan ontstaat er een biologisch onevenwicht.
Hier zijn de belangrijkste knelpunten:
1. Verdringing van inheemse soorten: Invasieve exoten zijn vaak "opportunisten": ze groeien sneller, planten zich vlotter voort of zijn agressiever dan onze lokale planten en dieren.
Voorbeeld (plant): De Japanse duizendknoop groeit zo hard dat hij alle andere planten overschaduwt. Bovendien zijn de wortels zo sterk dat ze door funderingen en asfalt heen kunnen groeien, en zo goed als niet uitgeroeid kunnen worden.
Voorbeeld (dier): De Amerikaanse rivierkreeft of de Chinese wolhandkrab vreten de waterbodems kaal, waardoor inheemse vissen en amfibieën hun schuilplaatsen en voedsel verliezen.
2. Geen natuurlijke vijanden: In hun land van herkomst worden deze soorten in toom gehouden door specifieke insecten, schimmels of roofdieren. Hier ontbreken die natuurlijke vijanden.
3. Verspreiding van ziektes: Exoten kunnen ziektes bij zich dragen waar ze zelf immuun voor zijn, maar die dodelijk zijn voor lokale soorten.
Voorbeeld: De "Kreeftenpest": De Amerikaanse rivierkreeft draagt een schimmel bij zich waar hij zelf niet aan doodgaat, maar die onze zeldzame Europese rivierkreeft bijna volledig heeft uitgeroeid.
4. Economische en ecologische schade: De impact is niet alleen zichtbaar in de natuur, maar ook in de portemonnee:
Kosten: Overheden geven miljoenen euro's uit aan het bestrijden van soorten zoals de Reuzenberenklauw (gevaarlijk voor de mens door brandwonden) of de Nijlganzen die landbouwgronden vervuilen.
Biodiversiteit: Als één dominante exoot een heel gebied overneemt, verdwijnen er tientallen andere soorten. Een monocultuur is veel kwetsbaarder voor ziektes en klimaatverandering.
De "Gouden Regel" van de biologie: Niet elke exoot is een probleem. De aardappel, de tomaat en de fazant zijn ook exoten, maar zij passen in ons ecosysteem of onze landbouw zonder de boel over te nemen.
Men spreekt vaak over de 10%-regel: Ongeveer 10% van de binnengekomen soorten overleeft, en daarvan wordt ongeveer 10% (dus 1% van het totaal) een schadelijke plaag.