Bord 8

8. Amfibieën

Het moeilijke woord "amfibieën" komt van het Griekse woord amphibios, wat "dubbel leven" betekent.

Dit verwijst naar hun bijzondere eigenschap om zowel in het water als op het land te kunnen leven.

Amfibieën brengen vaak het eerste deel van hun leven (als larve of ‘kikkervisjes’) in het water door, waar ze ademen met kieuwen, en later ontwikkelen ze longen om zo ook op het land te overleven.

De ontwikkeling van amfibieën is een fascinerend proces! Laten we het stap voor stap bekijken:

1. Eieren: in het voorjaar trekken amfibieën naar een poel (meestal waar ze zelf zijn geboren) (de jaarlijkse kikker- en paddentrek over de wegen!) om te paren en hun eitjes te leggen. Een kikker, bijvoorbeeld, legt duizenden kleine, geleiachtige eitjes bij elkaar in een klomp. We noemen dat “kikkerdril”. Na de voortplanting verlaten de volwassen diertjes weer de vijver. Sommige, zoals de groene kikker, blijven langere tijd in of rond de vijver.

2. Larven ('dikkopjes'): Uit de eitjes komen larven, zoals kikkervisjes. Deze kleine wezentjes lijken helemaal niet op een volwassen kikker! Ze hebben een lange staart, geen poten en ademen met kieuwen, net zoals vissen.

3. Metamorfose: In de zomerperiode, terwijl de larven groeien, ondergaan ze een grootse verandering, die metamorfose wordt genoemd. Eerst groeien hun achterpoten, daarna hun voorpoten. De staart wordt steeds kleiner, en hun kieuwen veranderen in longen, zodat ze op het land kunnen ademen. Salamanders ondergaan een minder ingrijpende gedaanteverandering, omdat de larven al snel pootjes hebben en hun staart behouden.

4. Jonge amfibieën: Als de metamorfose voltooid is, zien ze eruit als kleine versies van de volwassen dieren. Ze kunnen nu zowel in water als op het land leven. Amfibieën kunnen nu ademen via hun huid, hun keel of via hun longen. Ze zijn klaar om het water te verlaten.

5. Volwassen amfibieën: Uiteindelijk groeien ze volledig op en worden volwassen amfibieën, zoals kikkers, salamanders of padden. Ze kunnen zich nu voortplanten en het proces herhalen.


Soms worden amfibieën wel eens verward met “Reptielen”, zoals een hagedis of een slang, maar die zijn wel anders. Ze hebben schubben op hun huid, terwijl amfibieën (vaak) een gladde, vochtige huid hebben. Reptielen komen meestal uit eieren die op het land gelegd worden en lijken van jongs af aan al op de volwassen dieren.

Waar amfibieën én reptielen wel overeenkomen is dat het alle twee “koudbloedige” dieren zijn. Koudbloedige dieren zijn dieren waarvan het lichaam niet zelf warm wordt gehouden en blijft, zoals bij mensen, andere zoogdieren en vogels. In plaats daarvan neemt hun lichaam de temperatuur aan van de plek waar ze zijn. Als het warm is, worden ze warm; als het koud is, worden ze koud.

Koudbloedige dieren hebben slimme manieren ontwikkeld om zichzelf te beschermen tegen extreme temperaturen, hoewel ze afhankelijk zijn van hun omgeving. Hier zijn een paar strategieën die ze gebruiken:

Bescherming tegen koude:

1. Zich ingraven: Veel koudbloedige dieren, zoals kikkers en schildpadden, graven zich in de grond of modder om warm te blijven. Dit biedt isolatie tegen lage temperaturen.

2. Winterslaap: In onze streken gaan alle amfibieën en reptielen in winterslaap (hibernatie). Tijdens deze periode vertragen hun lichaamsfuncties enorm, zodat ze energie besparen.

3. Schuilen: Ze zoeken beschutting onder stenen, boomschors of in holen om zichzelf te beschermen tegen koude luchtstromen.

Bescherming tegen hitte:

1. Zich verstoppen in de schaduw: Hagedissen en slangen zoeken schaduwrijke plekken, zoals onder bladeren of stenen, om koel te blijven.

2. Beperkte activiteit: Tijdens de heetste uren van de dag rusten ze vaak om niet te veel energie en vocht te verliezen.

3. Water gebruiken: Sommige dieren, zoals kikkers, blijven in of bij water om koel te blijven. Water helpt hen hun lichaamstemperatuur te reguleren.

©2026 VVV Toerisme Essen vzw - BTW BE 0451.436.020 - Cookie & Privacy verklaring