5. Heide
In de stille Kempen, op de purp'ren hei... voelen we ons thuis
Het heidelandschap is een unieke omgeving, ontstaan door menselijk ingrijpen, en dus een half-natuurlijk landschap.
Lang geleden kapten mensen bomen om ruimte te maken voor akkers en weilanden, waarop schapen werden gehouden. Op sommige plaatsen, waar de grond arm en zanderig was, bleef er alleen maar heide over. Hierdoor ontstonden uitgestrekte paarse vlaktes zoals hier, en grote andere heidegebieden in de buurt die heel mooi zijn om te bezoeken, zoals bijvoorbeeld het Grenspark Kalmthoutse Heide, of de Oude Buisse Heide in Achtmaal (NL) …
Wat is er zo typisch voor een heidegebied?
Bodem: De bodem in het heidelandschap is zanderig en 'arm' aan voedingsstoffen. Dit maakt het moeilijk voor veel planten om te groeien, maar toch zijn sommige planten, zoals pijpenstrootje, struikhei en gewone dopheide, hier goed aan aangepast.
Flora (planten): In het heidelandschap vind je veel unieke heideplanten. De bekendste zijn de struikhei, die mooie paarse bloemen heeft en dophei met roze bloemen. Daarnaast groeien er ook andere planten, zoals pijpenstrootje, brem, gaspeldoorn, mossen en korstmossen (lichenen).
Fauna (dieren): Er leven veel bijzondere dieren in het heidelandschap. Je kunt er typische vogels zoals de boomleeuwerik, boompieper en nachtzwaluw waarnemen. Ook zijn er amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders, en reptielen zoals de adder en de levendbarende hagedis. Kleine zoogdieren zoals reeën, konijnen en hazen en andere vinden er ook hun thuis.
Waarom is het heidelandschap belangrijk?
Het heidelandschap is belangrijk omdat het een uniek leefgebied is voor veel planten en dieren die je nergens anders vindt. Je kan er ook ontspannen door mooie wandelingen te maken en te genieten van de rust en de natuur.
Wat is het verschil tussen droge en natte heide?
Droge en natte heide zijn twee verschillende heidebiotopen, ze verschillen vooral in de bodemsoort, vochtigheid en de soorten planten en dieren die er leven.
Droge heide komt voor op hoger gelegen gebieden, en is gekenmerkt door vooral zandige, arme en droge grond. Er heerst een lage vochtigheid, het regenwater zakt snel weg. Belangrijkste planten zijn vooral struikhei (Calluna), pijpenstrootje en (korst)mossen, terwijl het een leefgebied is voor insecten zoals zandloopkevers en vogels zoals de nachtzwaluw.
Natte heide is te vinden in lager gelegen gebieden, zoals natte valleien of veengebieden. De bodem is een vochtigere, arme en vaak iets veenachtige grond. Het water blijft langer op de bodem staan. Van planten vind je soorten zoals gewone dophei (Erica), veenmos, klokjesgentiaan en zonnedauw (een vleesetend plantje!). Het is het leefgebied van bijzondere soorten zoals de heikikker, rugstreeppad, kamsalamander, libellen en moerasvogels.
Kortom, droge heide is schraal en droog, terwijl natte heide vochtiger is en daardoor heeft elk biotoop zijn eigen unieke planten en dieren die van de verschillende omstandigheden houden.