18. Naaldbomen
Naaldbomen (Gymnospermen)
Deze bomen hebben geen brede bladeren zoals loofbomen (bord 15), maar dunne, naaldvormige of schubachtige bladeren. De meeste naaldbomen zijn wintergroen, hun naalden blijven groen.
Met uitzondering van de lork, behouden naaldbomen meestal hun naalden het hele jaar door, dankzij een waslaagje dat uitdroging voorkomt en ze dus minder waterverlies lijden.
Ze planten zich voort via kegels (denk aan een dennenappel) en produceren 'naakte' zaden die niet door een vruchtwand zijn omsloten.
Voorbeelden: Sparren, dennen, lorken (of lariks) en ceders...
Is het een spar of een den?
Zitten de naalden per twee (duo) of meer? Dan is het waarschijnlijk een den.
Zitten ze los (solo) aan de tak? Dan heb je een spar voor je! Onze kerstboom (“O dennenboom”) is dus eigenlijk een “spar”!
Wat zijn nog andere verschillen tussen een den en een spar?
1. Vorm van de boom: Sparren: hebben meestal een smalle, kegelvormige kroon. De takken hangen vaak iets naar beneden, vooral bij oudere bomen. Dennen: hebben vaak een wat lossere, open kroon. Hun takken steken meer naar buiten en kunnen verder uit elkaar staan.
2. Naalden: Sparren: zijn kort en zitten afzonderlijk aan de takken vast. Ze voelen stevig aan en zijn puntig, maar niet erg scherp. Dennen: zitten in groepjes, meestal in bundels van twee, drie of vijf. Ze zijn vaak langer en zachter dan die van sparren. Enkel de lork verliest zijn naalden in de herfst, de anderen behouden hun naalden in de herfst en winter.
3. Kleur van naalden: Sparren: meestal donkerder groen en kunnen een blauwachtige glans hebben, afhankelijk van de soort . Dennen: hebben meestal een helderder en lichter groene kleur.
4. Kegels: Sparren: hangen naar beneden en vallen vaak in hun geheel van de boom. Ze zijn meestal langer en smaller. Dennen: staan vaak rechtop op de takken, maar kunnen ook hangen. Ze zijn korter en ronder dan die van sparren. 5. Schors: Sparren: is vaak gladder en heeft een grijzige kleur bij jongere bomen. Bij oudere bomen wordt de schors donkerder en grover. Dennen: is meestal oranjebruin en schilfert in grotere stukken.
5. Schors: Sparren: is vaak gladder en heeft een grijzige kleur bij jongere bomen. Bij oudere bomen wordt de schors donkerder en grover. Dennen: is meestal oranjebruin en schilfert in grotere stukken.